Wie van de drie

tandeloosErgens op de Peloponnesos  ligt een pittoresk vissersdorpje. Iedere dag mountain-bikete ik met man en dochter dwars door dit plaatsje heen op weg naar onbekende verten.  De eerste dag werden we vrolijk toe gezwaaid en luidkeels aangemoedigd door een man van een jaar of vijftig in een verfrommeld wit t –shirt, korte ranzige broek, blote voeten en een volledig tandeloos smoelwerk. Op de terugweg namen we in dit dorp plaats op het terras.
Daar kwam ie aan en beduidde ons onder een walm van heftige halitose dat ie ook wel een saffie wilde en tevreden rokend rende hij weer verder nadat ie wat geile blikken op mijn dochter had geworpen. Iedere idioot kon zien dat Saffie een zeer druk en jachtig leven had.
De volgende dag hetzelfde ritueel. Toen we weer op terras zaten uit te buiken, zagen we Saffie  rond schoffelen zonder enige blijk van herkenning. Geen gezwaai en geen enthousiast geroep dit keer.  Ik had het sigaretje al klaar liggen maar hij had het veel te druk met het regelen van het plaatselijke verkeer, ( 2 auto’s en een verdwaalde fiets)  en daar moest je hem duidelijk niet in storen. Hij was toch aan het werk, dat konden we toch zien. Vandaag was ie in de hoedanigheid van brigadier Bromsnor en dan bemoeide je je niet met het triviale gepeupel op het terras.
Op dag drie deed zich een enorme verandering  voor betreffende het uiterlijk van onze Griekse leptosoom. Keurig aangekleed, haren in de gel en ordentelijk schoeisel aan de vuile poten.  Vandaag had ie zijn gebit ook maar eens in gedaan. Vandaag was ie postbode. Hij stoof de ene na de andere winkel in met een grote tas en bemoeide zich totaal niet met  de zinderende verkeerssituatie. Verbaasd keken we elkaar aan. Onze vriend bybyde ons wel krachtig toe, dat nog wel maar hij was duidelijk niet in de mood om te komen bietsen.  Misschien had ie als postbode de opdracht gekregen tijdens het werk niet smokend  rond te lopen. Wij aanschouwden het hele gebeuren met veel belangstelling, vooral ikzelf  want ik raak doorgaans hevig geïnteresseerd in het doen en laten van kleurrijke mensen, die ernstig afwijken van het normale gedragspatroon.
Opeens  stormde er een kerel het terras op die ik onmiddellijk herkende als de haveloze, lijpe, tandeloze gast van de eerste dag. Of ie nog een sigaretje mocht.
Hoe kon dit nou? Hij liep daar net nog op straat in vol ornaat als brievenbesteller lekker belangrijk te wezen.
Toen ik ook nog in de kieren kreeg dat mijn fiets pleite was, waande ik mij als sneue toerist in een detective van Agatha Christie. Maar dat duurde niet lang want daar peddelde Kukident  op mijn fiets het terras op en vloog Saffie met open armen tegemoet. Hè hè het begon me een tikkie te dagen, kortom gewoon twee broers. Tsja dat kan.
Toen vervolgens ook nog brigadier Bromsnor z’n dagelijkse taak  hervatte om wat orde te scheppen in het lokale verkeer, was de puzzel helemaal gelegd.  Een drieling dus, maar weliswaar alle drie volslagen mesjogge.
Naderhand werden we op ons verzoek uitvoerig geïnformeerd door de kroegbaas himself. Even dacht ik nog, zou die er nou ook nog bij horen want ik dacht toch echt gemeenschappelijke gelaatstrekken te bespeuren bij de brave kastelein maar dat was achteraf gezien mijn eigen vertroebelde brein. Je zou er toch volledig van in de war raken.
De drieling was vijftig jaar geleden in dit dorp geboren maar toen de ouders het loodje legden, werden de drie broers de inrichting in gemoffeld.  De autochtone bevolking begon het drietal danig te missen en Saffie, Kukident en Bromsnor werden het dorp weer in gesleept en worden nu door de dorpsbewoners tot aan hun dood gepamperd en verzorgd. Zo kan het dus ook. Tranentrekkend toch?

Geplaatst in persoonlijk | 7 reacties

Effe bellen

Mijn oudere broer is een vredelievend mens, zo eentje waar je bijna geen kwestie mee kan krijgen. Aimabel, tamelijk sociaal en een diplomaat tot aan zijn haarwortels. Heel anders dan ik. Ik hang overal meteen in en van enige diplomatie is bij mij maar weinig te bespeuren. Vloeken doet ie nooit, ik daarentegen wel, als een bootwerker.
Een aantal jaren geleden zaten zijn zoon en mijn jongste zoon samen op een keurig ,uiterst christelijk lyceum waar wij samen ook in een lang vervlogen verleden onze leerplicht zaten uit te spartelen. We waren niet zo christelijk thuis integendeel zelfs maar de keuze was gewoon beperkt.
Broer moest op gesprek bij de rector. Zoonlief gedroeg zich niet helemaal zoals het hoorde. Wat lichtelijk ontstemd , hij had eigenlijk geen tijd, stapte hij de aula binnen van de school waar op dat moment een vette knokpartij tussen twee knapen aan de gang was. Een honderdtal jongelingen stond er juichend en genietend omheen en moedigde de twee vechtersbazen aan met kreten zoals “Killen die tyfuslijer”en “druk die grafbek dood”. Een ongekende woede maakte zich van hem meester. Zelf had ie nog nooit één tik in zijn leven uitgedeeld, dat liet ie z’n zuster liever doen maar nu vond ie dat hij maar eens drastisch in moest grijpen. Hij baande zich een weg door de opgeschoten menigte, sprong boven op de twee jongens en in no time lag ie zelf mee te matten met zijn Van Bommel schoenen aan, in zijn op maat gesneden Hugo Bos pak. “Laat die ouwe lul op sodemieteren, waar bemoeit ie zich mee, die grijze gek zit onze K-1 te verneuken”. Het volk bleef door morren totdat iemand uit het publiek riep: “Jezus het is de vader van die gozer daar uit 5 VWO. De twee neven dropen af door de zijdeur. Met zo’n familielid maak je echt geen vrienden.
Na schooltijd kwamen ze bij mij verhaal doen van het hele gebeuren.
Ogenblikkelijk had ik de grap te pakken. Daar mijn broer behoorlijk op de vrouwen glijdt en net weer half was aangeleund na zijn tweede scheiding, moest er weer eens een beetje reuring in de tent komen. Effe bellen dus en waarachtig, hij pakte aan. “Goedemiddag meneer, u spreekt met de lerares aardrijkskunde van uw zoon, mevrouw Landstra. ( Voel je de hitte? Nou hij niet.) Uw heldhaftig optreden vanmiddag op school heeft diepe indruk op me gemaakt”, zei ik met een verdraaid Gooisch stemgeluid.
Het werd stil aan de andere kant van de lijn. Vrolijk kakkerde ik door: “Ik heb vernomen, dat u single bent. De opvoeding van een puberzoon is niet gemakkelijk voor een man alleen, dus dacht ik, misschien kunnen we eens samen uit eten”.
Hij hing er, maar dan ook meteen in. “Dat lijkt me een heel leuk plan”.
De afspraak werd nog in diezelfde week gemaakt. Niet te geloven. De man heeft nooit ergens tijd voor.
Als je hem belt, drukt ie je gewoon weg. Je zit eerder bij de Oranjes op de thee dan bij hem op kantoor. Nooit is ie eens op tijd voor een afspraak, altijd heeft ie één of andere briljante reden waarom hij weer te laat is. Niet één van zijn 8 Oldtimers kreeg ie aan de praat, z’n huissleutels lagen weer in de ijskast of in het bed violen. Of zijn auto was van het talud af gereden over een vierbaansweg zonder hem erin. Vliegtuigen vertrekken herhaaldelijk zonder hem. Iets te lang gekeutel in het boekwinkeltje op de luchthaven. Hij staat daar gewoon een boek uit te lezen. Z’n trompetkoffer raakte zoek tussen de pleerollen in het herentoilet. Paspoort en vliegticket zaten ooit eens bij de wasserij van het hotel waar hij ’s nachts had geslapen en weer ging er een betaalde lege stoel het luchtruim in. Ik bedoel maar.
De bewuste vrijdagavond zat ik opgedoft met een pruik op in het eetcafé. Daar was ie dan, een half uur te laat. Hij had toch nergens zijn portefeuille kunnen vinden.

Geplaatst in persoonlijk | 37 reacties

Boeienkoningin

Op maandag was ik bij de kapper.  Eén of andere fotograaf had daar werkelijk schitterende foto’s van mijn kleinzoon achter gelaten. Ja, dat kan zomaar bij de kapper. Dik betalen natuurlijk en als oma stink je daar volledig in.
Mijn auto stond in de parkeergarage en daar ik nog een paar boodschappen moest doen, wilde ik die foto’s effe in mijn auto kwijt. Op de voorbank lag de bekende puinhoop maar achterin had ik nog voldoende plaats tussen het verplichte kinderzitje en andere nutteloze rotzooi.
Op dat moment bedacht ik, ijdel als ik ben, dat ik de zo broodnodige make-up nog even bij moest poetsen, dus moest ik me een beetje verdekt op stellen.
Ik nam plaats op mijn eigenste achterbank en trok het portier  dicht. Ik begon  het weggespoelde bruinsel wat bij te werken, jaste die spannende gore lipgloss er vluchtig over heen en wilde zeer welgemoed weer uit stappen om te starten met mijn zwerfgedrag. De
deurtjes alle twee vergrendeld, kolere, ja het kinderslot.
Daar zat ik dan met dikke lange jas en hoge Shabbies laarzen aan. Ik begon een poging te doen om tussen de stoelen door te klimmen. Er over heen was zeker geen optie gezien mijn 1 meter 74,  mijn toch nog lichtelijk overgewicht en de aanwezigheid van twee uiterst veilige hoofdsteunen.
Vloekend en tierend kwam ik goed klem te zitten tussen de twee voorstoelen. Kon geen kant meer op, zat muurvast en de opvliegers begonnen ook nog eens spontaan op te rukken.
Na eindeloos gesjor en getrek kwam mijn bovenlijf enigszins voorin te liggen maar het onderlijf gaf geen duimbreed toe. De laarzen zaten vast  tussen de leuningen van het verdomde kinderstoeltje. Met de grootse moeite, ook weer geen schoenlepel bij de hand natuurlijk, kreeg ik het toch voor elkaar om die krengen los te koppelen.
Daar lag ik, met een zwaar verkreukeld watergolfhoofd onder het handschoenenkastje, benen tegen het plafond.
Tik tik tik tegen het raampje, dat ontbrak er nog maar aan.
“Kan ik u misschien van dienst zijn mevrouw” . Een spetter van een vent, een goed aftreksel van Roger Moore in zijn jonge jaren stond  grijnzend door het ruitje van mijn giro-blauwe Peugeot 206 naar binnen te loeren. Nou ben ik redelijk op de hoogte van al het mannelijk schoon dat door Naarden marcheert maar deze Adonis had ik nog niet in de kieren gehad.
“Wat bent u aan het doen”, vroeg de vette grijns ook nog  overbodig. Ja, wat was ik aan het doen?
Dit viel toch echt niet onder het hoofdstuk aangenaam verpozen.
“Kunt u die smerige smile misschien van uw gezicht halen en het voorportier openen”?, blafte ik het blonde lekkers luidkeels toe.
Hikkend van het lachen sleurde de man mij uit de auto en daar  stond ik weer op mijn waanzinnig flatteuze kniekousen en met een Mega Mindy haarcoupe in de garage.
We barstten zowat gelijktijdig in lachen uit.
Toen ik hem vertelde wat er was gebeurd, viel ie van pure pret over de motorkap. “Je had alleen maar je raampje open moeten draaien en de sleutel naar buiten hoeven steken”, zei hij vreselijk  nagenietend.
Gek, daar zou ik nou nooit zelf op gekomen zijn.

Geplaatst in persoonlijk | Tags: | 20 reacties

Nerveuze muts

 “Wat ben je toch een nerveuze provinciale muts”, zei Youp toen ik hem vroeg, hoe ik moest rijden, welke afslag ik moest nemen op de Ring en waar ik kon parkeren.
“ En waar tref ik jou dan?”, tutte ik nog wat benauwd door.
Ik kon hem eigenlijk geen ongelijk geven, want er zat een kern van waarheid in.
Een half uur voor de afgesproken tijd zat ik opgedoft en opgeprikt in het restaurant nadat ik twee keer voor een verkeerde parkeergarage had gestaan van één of ander bedrijf. De stem door de luidspreker klonk zwaar geïrriteerd vanwege zoveel onbenulligheid. Het zal wel dom,blond en uit het Gooi zijn. Onderweg regende het pijpenstelen en ik hoopte, dat de locatie waar wij hadden afgesproken,  overdekt was, gezien mijn opgepimpte kapsel.

Wat aarzelend was ik de Yuppen-tent binnen gestapt en werd ik door een zeer bekoorlijk dienstertje naar het tafeltje gebracht, dat gereserveerd was voor mijn vriend.
Weliswaar schitterde hij nog door afwezigheid, dus bestelde ik alvast maar een colaatje
Uit pure verveling begon ik het A-viertje met de 28 bridge-spellen, die ik vorige week gespeeld had, nog maar eens door te nemen.
Na ruim een half uur kreeg ik een sms. “Ben gevallen en kom wat later”.
Ik nipte nog wat aan mijn colaatje light en dook maar weer in een onmaakbare vier-schoppen.
Daar rinkelde mijn mobiel. “Zit nu bij de dokter, wacht je nog even”?
Tuurlijk wachtte ik nog even. Ik had net mijn anti-vet pillen naar binnen gejast want ik was mezelf weer eens aan het uithongeren vanwege wat aanstormende zwembandjes. Na het innemen van die troep moet je wel wat naar binnen schuiven anders beginnen je mondhoeken lichtelijk te zakken en krijg je kwijl-verschijnselen.
Ik had voor Youp het boekje “Krabben aan de korst” van mijn cabaret- maat Mut mee genomen want ik vond dat hij maar eens moest weten dat er ook nog andere zeer goede columnisten op deze aardkloot rond schoffelden.
Ik begon me maar weer door een zooitje columns heen te worstelen, die ik praktisch uit mijn hoofd kende maar je moet toch wat, niet waar.
Het personeel maakte zich zo langzamerhand ook al ernstig zorgen om dat wijf met d’r ziekenfonds-brilletje op, dat al anderhalf uur niks nuttigde en maar stokstijf op haar stoel bleef plakken.
Plassen deed ze ook al niet. Ze zagen haar zienderogen vermageren.
 Ik kreeg sterk de neiging om die verdomde menukaart in mijn muil te steken en als het nog langer duurde, begon ik echt de tulpen uit het vaasje te vreten.
Ring, daar was ie weer. “Ga nu naar het ziekenhuis om foto’s te laten maken en pak dan een taxi. Heb je nog even?”. Ik had nog even hoewel wachten niet mijn grootste hobby is.
Wat zou er gebeuren, als ik gewoon de tafels af ging ruimen, de bestellingen op ging nemen en met de klanten af zou rekenen?
Een half uur later kwam mijn jeugdvriend wat wazig het restaurant binnen, omhelsde me en trok vervolgens zijn broek naar  beneden. Ten overstaan van een druk bezet restaurant moest ik de pijnlijke plek onder op zijn rug bekijken en betasten. Een dikke bult zo groot als een ei was het resultaat van zijn valpartij op het stoepetje van zijn bloedeigen voordeur. Zou een cabaretier dan ook
wel eens nerveus zijn?

Geplaatst in persoonlijk | Tags: | 20 reacties

Loes

“Loes mag best bij ons komen logeren hoor”,  zei ik tegen mijn vriendin die het plan had opgevat om naar Vietnam af te reizen. “Weet wat je zegt”, zei ze “we gaan wel ruim 3 weken”.  Zondag ‘s avonds werd ie afgeleverd met een immense hondenmand,  10 blikken Pedigree,  3 zakken krachtvoer,  tandensticks,  een haarborstel,  2  hondenriemen en een zooitje plastic zakkies  waar de stront in gejast  moest worden, want schijten kon ie als de beste.  Je zou denken dat je een knetter- dure rashond te logeren krijgt,  zo’n prijzenjager maar niets is minder waar. Loes is een ordinaire, tweejarige Spaanse zwerver, die zich voort beweegt op vier iets te korte poten.
De kennismaking met mijn Griekse allochtone viervoeter, het Berbervloerkleed, liep gesmeerd.
Molly Onassis nam ogenblikkelijk bezit van Loes d’r mand.
Loes moest maar kijken waar ie ging liggen meuren maar deze  vesting was alvast genomen.
Sinds Berber-Mol hoofdhond is geworden na het verscheiden van mijn grote liefde, de zeventienjarige vuinis-fik Jessie, deelt  Mol hier de lakens uit. Ook in de hondenwereld bestaat een hiërarchie, die zijn weerga niet kent.
Loes vond het hier reuze gezellig vanwege alle reuring  in huis. Kinderen, kleinkoters en dieren lopen hier af en aan en dat was ie niet zo gewend.  Al vrij snel eigende hij zich al het kinderspeelgoed toe. Playmobile poppetjes hadden sterk zijn voorkeur. De petjes werden er afgeknaagd, de jasjes uit getrokken en na een paar dagen was heel Legoland van de kaart geveegd.  De Vtech-Rol en Rij school met tekst en muziek rolde en muziekte niet meer. De Fisher-Price kassa verdomde het om uit te betalen en de figuurtjes uit de Pop-Up-Friends begonnen te muiten omdat ze geen nachtrust meer kregen. Ook de NRC en de Gooi en Eemlander las ie met veel lawaai. Op onze knieën lagen we de snippers weer aan elkaar  te lijmen want je moet als mens toch op de hoogte blijven van al het amusante en sneue wereldnieuws.  Echter toen Loes aan mijn cabaret-teksten begon, heb ik hem eens krachtig toe gesproken. 
Goddank ben ik in het bezit van zo’n burgo kruimeldief.
Maar het absolute hoogtepunt van deze logeerpartij was de hoed van Eduard. Drie dagen voor de komst van Loes kreeg ik van mijn vriend Eduard zijn Borsalino cadeau. Ik draag graag  dat soort hoeden maar Loes schijnbaar ook.  Even alleen beneden had ie zich van het Maffia-hoofddeksel meester gemaakt . De rand had ie er volkomen afgerost, de bol in tien stukken geragd, alleen het lintje had ie nog in takt gelaten.
En dan kijk je in een paar zeer schuldbewuste, grote bruine hondenogen en dan smelt ik ter plekke.
Sterker nog, ik lig plat van het lachen en knuffel hem bijna dood.
Na drie weken werd Loes weer op gehaald, daar kwamen ze dan, mijn tranen.
En ik mis hem nog iedere dag.

Geplaatst in persoonlijk | Tags: | 26 reacties

Kleedkamer

“Dit is jullie kleedkamer”, zei de onvervalste Tukker toen wij het partycentrum in Almelo binnen liepen. De functionaris van de bridge-club waar wij voor op moesten treden, was duidelijk zeer tevreden met de door hem in het leven geroepen kleedruimte. “Het invalide-toilet is ook een optie maar dit lijkt me toch iets geschikter “, tukkerde hij vrolijk door.  Ik kon hem geen ongelijk geven.
De ruimte was afgescheiden door grote schuifwanden.
Toen ik me na de voorstelling weer wilde omkleden, was de deur gebarricadeerd maar na wat botte kracht stond ik ineens met de platte poten tussen de snoeren, versterkers en geluidsboxen van een rock- band, bestaande uit vijf look-a-likes van de band Normaal . Onze kleedkamer was bij het feestgedruis getrokken en volledig omgetoverd tot een disco. Onze kleding, spullen en koffertjes lagen her en der verspreid  en na wat speurwerk vond ik een andere gelegenheid om me te ontdoen van mijn cabaret-outfit.
Ik was net bezig de broek te laten zakken toen één van de bandleden vrolijk fluitend binnenstapte en zich praktisch naast me begon te ontdoen van zijn kleding. Geduldig als ik ben, bleef ik maar effe met afgezakte broek op de stoel zitten tot de man klaar was. Om nou al dat bloot zo maar te offreren aan een voor mij volledig onbekend persoon, is mij toch iets te heavy.
 Nadat ie was vertrokken zonder een woord te zeggen ( hij bleef wel gewoon doorfluiten) liet ik de broek maar weer zakken. Ik stond net in onderbroek en bh toen nummer twee, duidelijk zijn broer, het zaaltje binnenstapte.  Het hele ritueel begon van voren af aan. Geirriteerd hees ik de broek weer omhoog,  jaste het nattige rode truitje maar weer over de kop heen en bleef wat nijdig op mijn stoel zitten. Was dat misschien “normaal” hier in het oosten van het land. Propten ze al die artiesten maar gewoon bij elkaar? Is dat nou dat “Hukken” waar ze het altijd over hebben, waar die Benny Joling zo rockend over staat te janken met zijn gitaar?
Toen ook hij weer weg was, deed ik een nieuwe poging om mij te ontdoen van mijn half opgedroogde kleding. Ik hing al weer met één been ( en dat is echt het been van Marlène Dietrich niet ) uit de broekspijp  toen de deur weer openzwaaide en nummer 3, oerend hard roggelend  en hikkend naar binnen schuivelde.
Mijn gevoel voor humor won het van mijn ergernis.
Zak er maar in dan moet je het zelf maar weten ook. Met mijn volledige 1 meter 74 ging ik staan en liet  het gehele zooitje  zo van me af glijden. De man verblikte geen moment. Hij stond in no time met ontbloot bovenlijf waar geen tatoe meer bij geritseld kon worden, twee meter achter me. Zuchtend  hees hij zich moeizaam in zijn iets te strakke, ordinaire overhemd met van die punten tot aan zijn gulp.  “Hebt u nog meer broers, familieleden, vrienden en collega’s die zich willen verkleden? Fans misschien?. Ouders wellicht? Laat maar rustig binnen komen hoor, deze Gooise trut gaat nu gewoon door met waar ze mee bezig was”.
Ik heb hem nog vriendelijk goedenavond gewenst tijdens het optrekken van mijn lieslaarzen.
Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar mijn eigen twee Tinussen op de BSA.

Geplaatst in persoonlijk | Tags: | 18 reacties

St. Hubertushof

Mijn vriendin en ik gingen gisteren nadat we de winkels in Amersfoort half leeg geplunderd hadden, even langs haar moeder.
Moeder zit in een bejaardencentrum op de gesloten afdeling. In de grote hal komen de spruitjes- en de pislucht je al van verre tegemoet. Je moet wel een aantal handelingen verrichten om je plaats van bestemming te bereiken. Want het is altijd een drukte van jewelste achter de deur.  De bejaarden staan er met hun ronkende rollo’s behoorlijk op scherp om te kunnen ontsnappen. Het beeld van de Formule 1 danst op mijn netvlies.

Al van verre zag Moeder ons aankomen en begon uitbundig te zwaaien. Het bijna dagelijkse bezoek van haar dochter is voor haar het ultieme hoogtepunt van de dag.
Ze zat in haar eigen stoel die ze van de Koningin had gekregen, voor het raam in de woonkamer. Het overige interieur was trouwens ook allemaal van haar. De antieke kast, de stoelen, de tafel, allemaal van de Koningin gekregen.  Alleen de borduurwerkjes aan de wand had ze zelf gemaakt, vertelde ze vol vuur.
Ze heeft een woordkeus waardoor je in het begin denkt, wat doet zo’n wijffie nou op deze afdeling. Maar allengs ga je begrijpen dat de medische wereld het toch wel bij het goeie eind heeft gehad.
“Ik moet steeds zo huilen”,vertelde de schat na een vloed van informatie waar je  zelfs op onze leeftijd geen touw meer aan vast kunt knopen.”Vader is dood en moeder ook, hebben ze mij verteld en nou ben ik zo bang dat mijn dochter ook dood gaat en die is veel ouder dan ik en dan heb ik ook geen zuster meer”.
Toen ik haar zei dat haar dochter zo’n 35 jaar jonger was en dus niet zo gauw dood zou gaan, keek ze me wat verwezen aan  maar daarna vol blijdschap. Dat probleem was dus even van de baan. Blozend vertelde ze ons dat ze op het punt stond om weer te gaan trouwen met Sjoerd van kamer 16. Dat Sjoerd zo’n beetje zijn laatste adem lag uit te blazen, mocht de pret niet drukken. Opeens viel haar oog op mijn cowboylaarzen. Zou ze die misschien mogen lenen voor onder haar witte trouwjurk?

Mevrouw De Vries uit Groenlo deed haar intrede in de woonkamer. Ze verveelde zich de kolere, zei ze in haar plat Tukkers accent en of ik maar effe wilde aannemen dat haar gehele outfit door  schoondochter was gemaakt behalve het machinaal gebreide, uit de fabriek afkomstige vest.  Dat had ze zelf in elkaar geknutseld.
Even later kwam Bram aan gerold,een dertig jaar oudere uitgave van mijn vriend Mut. Onmiddellijk had ik dan ook contact.
Of ik niet met hem mee kon lopen naar Leiden want daar was het veel gezelliger. Ik vertelde hem dat ik hier niet weg mocht. ”En zij dan”, wijzend op Janna, “kan zij dan niet met me mee?”. “Nee”, zei ik een tikkie jaloers.  Zo gemakkelijk wilde ik niet ingeruild worden. ”Zij mag er hier al helemaal niet uit”.
Bram vertrok weer diep teleurgesteld met z’n rollo, op de voet gevolgd door mevrouw De Vries.  Want Bram had de nare eigenschap om steeds haar kamer in te sjuffelen en daar uitgebreid te gaan zitten tukken in haar stoel. Zat ze weer met een kerel opgescheept, terwijl ze nou net zo blij was dat ze daar van af was.
Mevrouw De Vries vroeg nog even bij het afscheid of wij zusters waren. Toen wij dat maar beaamden, zei ze: “Dat dacht ik al te zien” En wijzend op mij:  “Maar jij bent wel jongste van de twee”. Ik groeide regelrecht tegen het plafond aan  want ik ben 8 jaar ouder dan mijn vriendin. Vervolgens moest ik mijn snikkende maatje weer troosten. Ik merkte op dat mevrouw De Vries toch hartstikke knetter was en d’r bril van + 10 niet op had.
In de eetkamer om de ronde tafel namen wij met de oudjes plaats. Onmiddellijk kreeg Mevrouw De Lange vette stront met buurvrouw De Bruin want die had haar tas op het tafeltje van mevrouw De Lange geplant en dat werd matten. Tafeltje ging plat, tasje op de grond en de naar 4711 meurende zakdoekjes vlogen door de kamer. Mevrouw Haverkamp zat tegen haar pop te lullen die ze wiegde op haar schoot.
Ik nam plaats naast mevrouw Huiskens die onmiddellijk haar kans schoon zag om mij te vertellen dat ze hier absoluut niet thuis hoorde. “Kijk nou eens naar dat mens met die pop op schoot”, zei ze, “die spoort toch niet, ze denkt dat het haar baby is” . Toen het wat luidruchtig werd aan tafel begon ze nijdig te schreeuwen: “Kan die pop z’n smoel niet eens houden, ik kan mezelf niet eens meer verstaan”. Opeens voelde ik onder tafel aan de andere kant een beverige hand op mijn knie. Meneer Verdonk, zo dement als een deur, stond erom bekend dat ie alles wat vrouw was in benen en billen kneep als ie de kans kreeg. Dus was ik aan de beurt.
Zwaaiend naar iedereen namen wij na een poosje afscheid. Moeder  was al weer bezig met het verzorgen van haar huisgenoten want daar was ze hier voor aangenomen in de St Hubertushof. Als een soort kampcommandant gebood ze de oudjes om rechtop te gaan zitten en niet met hun harses op tafel te blijven liggen. Enig fatsoen moest er toch wel ingeramd worden, vond ze.
Bij de deur hadden wij de grootste moeite om Bram te ontwijken want die wilde mee. De zuster moest er aan te pas komen. Bram hing al half in mijn boodschappenmand.
Met tranen in onze ogen liepen wij naar buiten, de wijde wereld weer in. Eén blik was voldoende om te beseffen dat dit ook óns voorland was maar voorlopig toch maar even niet.

Geplaatst in persoonlijk | Tags: | 17 reacties